DE FLOWER POWER VAN DE BLOEMENGROEP


De eerste 20 delen van Geheim Agent wijken in vorm en inhoud sterk af van de rest van de serie. Drukwerk en vormgeving zijn anders, en de verhalen spelen in een ander tijdperk.

Want terwijl de rest van de reeks gesitueerd is in het tijdvak van de Flower Power (de sixties), spelen de verhalen rond de Bloemengroep zich juist allemaal af tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Twintig delen met hetzelfde uitgangspunt: een reeks in een reeks eigenlijk. De Bloemengroep dus, het Engelse spionagenetwerk onder leiding van Sir James, ofwel Anjer, zeg maar de Prins Bernhard van de Engelse spionage. Vanuit het in Zuid-Engeland gesitueerde hoofdkwartier Firwood zwermen de agenten met een bloemennaam als dekmantel de hele wereld over, langs allerlei strijdtonelen. De verhalen zijn losjes gebaseerd op allerlei oorlogsfeiten, hoewel het niet waarschijnlijk is dat het Oostenrijkse verzet zo sterk was dat de Duitsers zich genoodzaakt voelden er hele dorpen plat te bombarderen (deel 1). Opvallend genoeg komt Oostenrijk als verzetshaard vaker in beeld, net als Nederland overigens. Zo wordt in deel 3 de radiofabriek in Eindhoven met behulp van Nederlandse leden van de Bloemengroep vernield, en duikt in deel 1 even Crocus op, 'een Hollandse grimeur die zijn vak verstaat'. In deel 15 voert het spoor naar Amsterdam, en zelfs heel concreet naar Keizersgracht 27.

Bijna elk verhaal opent met een actiemoment, waarna de rest van de strip verhaalt hoe het zover is gekomen. Zoals het hoort in spionageverhalen zijn agenten van de Bloemengroep inventief, beschikken ze over bijzondere gadgets en moet er soms ingewikkeld dubbelspel worden gespeeld. Niet dat het daarmee een levendig geheel wordt overigens. De verhalen lijken veel ouder te zijn dan de latere delen, met vaak nietszeggende dialogen, een rommelig verloop en oubollig tekenwerk. Hilarisch is de spion, die berichten doorgeeft door biljartballen op een bepaalde manier op het laken te leggen (deel 18). Misschien dat ze bij uitgeverij Nooitgedacht deze verhalen na verloop van tijd ook niet meer zo bij de tijd achtten, want na nummer 20 is de Bloemengroep passé, en duiken we de internationale spionagewereld van de jaren zestig in.

Het gezicht van een spionagebaas moet een beetje onbekend blijven.
Geen probleem, gewoon telkens door een andere tekenaar laten maken.

De Bloemengroep keert onverwacht nog eens terug op het toneel. Twee verhalen worden hergebruikt voor de voortzetting van de reeks in 1973 (nrs 101 en 102). Beide nummers zijn voorzien van een vermomming, want de foto-omslagen met jaren zeventig gangster, goktafel en halfblote dame hebben geen enkele relatie meer met de inhoud.

Nummer 21 is ook in vorm een breuk met de Bloemengroep reeks. De boekjes hebben vanaf dat moment de bekende rechthoekige rug, en worden gedrukt in Spanje. De eerste twintig delen hebben daarentegen twee nietjes in de rug, zijn gedrukt in Nederland (drukkerij Holland Rotterdam), en de omslagen zijn een stuk fraaier dan latere delen. Want hoewel de voorstelling wederom regelmatig niets met het verhaal te maken heeft, vormen ze door het vrije gebruik van extra kleurvlakken een mooi staaltje grafisch ontwerp uit de jaren zestig.

Bij de speurtocht naar Duitse radar geheimen in nr 15 voert het pad naar Amsterdam, Keizersgracht 27.

Anno 2005 toont onze agent ter plaatse aan dat we destijds misleid zijn. Niet alleen klopt het afgebeelde pand niet, ook de nummering loopt op in de andere richting.